1.1. Groeiomstandigheden
1.1.1. Grond en grondbewerking 1.1.2. pH-waarde 1.1.3. Temperatuur 1.1.4. Water 1.1.5. Vruchtwisseling
1.2. Zaai
1.2.1. Zaaitijdstip 1.2.2. Zaaidiepte 1.2.3. Rijbemesting 1.2.4. Keuze van de rijenafstand 1.2.5. Plantdichtheid 1.2.6. Benodigde hoeveelheid zaaizaad 1.2.7. Controle van de zaaidichtheid en de plantdichtheid 1.2.8. Gevolgen van een te hoge rijsnelheid 1.2.9. Checklist voor het gebruik van de zaaimachine 1.2.10. Oorzaken van een gebrekkige veldopkomst
1.3. Groei en ontwikkeling van de maïsplant 1.4. Teeltmaatregelen 1.4.1. Voedingsstoffenopname en opnameverloop 1.4.2. Afzonderlijke voedingsstoffen 1.4.2.1. Stikstofbemesting 1.4.2.2. Fosfaatbemesting 1.4.2.3. Kaliumbemesting 1.4.2.4. Magnesiumbemesting 1.4.2.5. Zwavelbemesting 1.4.2.6. Kalkbemesting 1.4.2.7. Boriumbemesting 1.4.2.8. Mangaanbemesting 1.4.2.9. Zinkbemesting 1.4.3. De voedingsstoffenvoorziening met organische mest 1.4.4. De invloed van de mestwetgeving op de teelt van maïs 1.4.4.1. De mestwetgeving in relatie tot de maïsteelt in Nederland 1.4.4.2. De mestwetgeving in relatie tot de maïsteelt in België 1.4.5. Zaaizaad 1.4.5.1. Zaaizaadbehandeling 1.4.5.2. Zaaizaadkwaliteit 1.4.6. Gebruik van herbiciden 1.4.7. Gebruik van insecticiden 1.5. Symptomen bij een tekort aan voedingsstoffen 1.6. Ziektes en insecten 1.6.1. Schimmelziektes 1.6.2. Insecten
1.4.1. Voedingsstoffenopname en opnameverloop 1.4.2. Afzonderlijke voedingsstoffen 1.4.2.1. Stikstofbemesting 1.4.2.2. Fosfaatbemesting 1.4.2.3. Kaliumbemesting 1.4.2.4. Magnesiumbemesting 1.4.2.5. Zwavelbemesting 1.4.2.6. Kalkbemesting 1.4.2.7. Boriumbemesting 1.4.2.8. Mangaanbemesting 1.4.2.9. Zinkbemesting 1.4.3. De voedingsstoffenvoorziening met organische mest 1.4.4. De invloed van de mestwetgeving op de teelt van maïs 1.4.4.1. De mestwetgeving in relatie tot de maïsteelt in Nederland 1.4.4.2. De mestwetgeving in relatie tot de maïsteelt in België 1.4.5. Zaaizaad 1.4.5.1. Zaaizaadbehandeling 1.4.5.2. Zaaizaadkwaliteit 1.4.6. Gebruik van herbiciden 1.4.7. Gebruik van insecticiden
1.4.2.1. Stikstofbemesting 1.4.2.2. Fosfaatbemesting 1.4.2.3. Kaliumbemesting 1.4.2.4. Magnesiumbemesting 1.4.2.5. Zwavelbemesting 1.4.2.6. Kalkbemesting 1.4.2.7. Boriumbemesting 1.4.2.8. Mangaanbemesting 1.4.2.9. Zinkbemesting
1.4.4.1. De mestwetgeving in relatie tot de maïsteelt in Nederland 1.4.4.2. De mestwetgeving in relatie tot de maïsteelt in België
1.4.5.1. Zaaizaadbehandeling 1.4.5.2. Zaaizaadkwaliteit
1.6.1. Schimmelziektes
1.6.2. Insecten
2.1. Bijzondere criteria voor de keuze van een voedermaïsras
2.1.1. Maïsorama 2.1.2. Kwaliteitsbepaling maïs 2.1.2.1. Celwanden (NDF) – ‘ruwvoerdeel’ 2.1.2.2. Celinhoud – ‘krachtvoerdeel’ 2.1.2.3. Celwandverteerbaarheid 2.1.3. De energievoorziening met voedermaïs 2.1.3.1. Glucogene energie 2.1.3.2. Ketogene energie 2.1.3.3. Aminogene energie 2.1.4. De 4-P’s 2.1.4.1. Produkteigenschap 1 (P1) Vroegrijpheid van de korrel 2.1.4.2. Produkteigenschap 2 (P2) Zetmeelopbrengst 2.1.4.3. Produkteigenschap 3 (P3) Stay-Green 2.1.4.4. Produkteigenschap 4 (P4) Juiste wijze van oogst en opslag 2.1.5. Maïsanalizer®
2.1.2.1. Celwanden (NDF) – ‘ruwvoerdeel’ 2.1.2.2. Celinhoud – ‘krachtvoerdeel’ 2.1.2.3. Celwandverteerbaarheid
2.1.3.1. Glucogene energie 2.1.3.2. Ketogene energie 2.1.3.3. Aminogene energie
2.1.4.1. Produkteigenschap 1 (P1) Vroegrijpheid van de korrel 2.1.4.2. Produkteigenschap 2 (P2) Zetmeelopbrengst 2.1.4.3. Produkteigenschap 3 (P3) Stay-Green 2.1.4.4. Produkteigenschap 4 (P4) Juiste wijze van oogst en opslag
2.2. Bijzondere criteria voor de keuze van een energiemaïsras